Voorzitter SHM De Mandel (tot maart 2013)


Achterpoortjes sociale huisvesting sluiten


Niet het uitzetten van huurders bij een hoger loon, maar wel het sluiten van achterpoortjes is het antwoord op de huidige vraagstukken binnen sociale huisvesting. Dat is wat Vlaams volksvertegenwoordiger Griet Coppé bepleit én verkreeg bij minister Van den Bossche.

In tegenstelling tot Open VLD verkiest CD&V voor volkshuisvesting: breder dan enkel de zwaksten in de samenleving. Dit zorgt voor een goede sociale mix in de wijk, een leefbare huisvestingssector én voor duurzame verankering van bewoners in de buurt, school, gemeente. Daarbij krijgt ook de middenklasse, door meer alleenstaanden en de sterk gestegen energie- en vastgoedprijzen, het moeilijker om een betaalbare woning te vinden.

Snoepen van twee walletjes

Wel moeten de achterpoortjes gesloten worden. Sommige sociale huurders zijn creatief vindingrijk, zo bleek uit twee praktijkvoorbeelden. Een voorwaarde om zich in te schrijven voor een sociale woning, is dat men geen ‘volle’ eigenaar is van een woning. In Midden-West-Vlaanderen kochten sociale huurders een woning voor 98% aan. Op die manier kon men blijven huren op de sociale markt. Griet Coppé kaartte dit misbruik aan bij de bevoegde minister Freya Van den Bossche: “Deze werkwijze strookt niet met de geest van de wetgeving rond sociale huur. Dit soort misbruiken ondergraaft het draagvlak om te investeren in sociale huisvesting, en is niet uit te leggen aan de vele kandidaat-huurders op de wachtlijst. Dit is snoepen van twee walletjes.” De minister trad haar daarin bij en beloofde het achterpoortje uit het Socialhuurbesluit te halen.

“Het aanbod aan sociale huurwoningen in Vlaanderen is internationaal gezien zeer laag. Ze dienen in eerste plaats toe te komen aan die mensen die het moeilijk hebben om op de reguliere woningmarkt een woning te verwerven, niet voor wie én huurt én koopt”, aldus Griet Coppé. “Ik roep de minister op het systeem van sociale huur, het kaderbesluit, op punt te stellen. Daarnaast dient iedereen zijn verantwoordelijkheid te nemen om bij te dragen aan onze welvaart.”